Tentoonstelling
Marie Henri Mackenzie (1878-1961) van grachtenpand tot muurhuis
16 mei 2009 tot 04 oktober 2009
Museum Flehite is vanaf 16 mei 2009 weer voor publiek geopend. De eerste tijdelijke tentoonstelling in het grondig verbouwde museum is een overzicht van het werk van Marie Henri Mackenzie (1878-1961). De bescheiden Mackenzie, die pas op zijn 46ste debuteerde, is lange tijd vooral bekend geweest doordat zijn schilderijen meerdere malen werden vervalst tot werken van zijn veel beroemdere tijdgenoot G.H. Breitner. Om Mackenzie echter alleen als een navolger van Breitner te zien, zou zijn werk tekort doen. De tentoonstelling in Museum Flehite geeft een uitgebreid overzicht van vroeg tot laat werk en geeft daarmee een beeld van de stilistische ontwikkeling die Mackenzie doormaakte. Bij de tentoonstelling verschijnt een catalogus.

Schilder van stad en havens
Mackenzie schilderde en tekende veel stads- en havengezichten en landschappen. Hij woonde tussen 1905 en 1931 in Amsterdam en bleef zijn hele leven een voorliefde voor de hoofdstad houden. Hij is talloze malen de binnenstad en het havengebied ingetrokken om er te schetsen. Dat resulteerde in een groot aantal schilderijen en tekeningen van de grachtenpanden in de binnenstad, de boten in de grachten en de havens. Met name in de beginjaren is zijn werk realistischer en gedetailleerder dan later. Wie Amsterdam goed kent, zal bepaalde plekken nog steeds kunnen herkennen. Zijn schilderijen van het Prinseneiland, Het Kolkje, de Noordermarkt of van het oude Telegraafgebouw aan de Nieuwezijds Voorburgwal geven prachtige sfeerbeelden van de stad.
Vriendschap met Breitner
In 1917 richtte Mackenzie een verzoek aan G.H. Breitner om een aantal lessen bij hem te mogen volgen. Dit leidde tot een vriendschap die tot Breitners overlijden in 1923 duurde. Breitner gaf Mackenzie geen lessen, maar wel algemene adviezen over kleurgebruik en over onderwerpskeuze. Mackenzie was een groot bewonderaar van Breitners werk. Met name in zijn beginjaren liet Mackenzie zich sterk door Breitner beïnvloeden. Hij koos vaak dezelfde onderwerpen en zijn kleurgebruik was tamelijk donker met veel bruinen, grijzen en accenten van rood, blauw of geel. Het werk van Mackenzie werd nogal eens, bewust of onbewust, voor het veel kostbaarder werk van Breitner aangezien. Een anekdote beschrijft hoe Mackenzie vanuit de tram een van zijn werken in de etalage van een kunsthandelaar zag. Toen hij erheen liep, zag hij dat de naam van Breitner er onder gezet was. Soms werd Mackenzie zelf als Breitner deskundige geraadpleegd, om vervolgens oog in oog met een van zijn eigen doeken te staan.
Mackenzie en Amersfoort
Vanaf 1931 woonde Mackenzie met zijn gezin in Hilversum. Van daaruit trok hij er regelmatig op uit richting Amersfoort en Spakenburg. De botters in de haven van Spakenburg spraken hem bijzonder aan. Van Amersfoort schilderde hij gezichten op de oude binnenstad. Hij legde de grachten vast en de ‘muurhuizen’, de typisch Amersfoortse huizen gebouwd op de fundamenten van de middeleeuwse stadsmuur. De oude binnenstad moet inspirerend voor hem zijn geweest, want zijn bezoeken resulteerden in een aantal fraaie tekeningen en schilderijen. De stijl waarin hij de Amersfoortse werken uitvoerde, wijkt af van zijn vroege Amsterdamse werk. Hij begon zich in de latere jaren steeds meer los te maken van de invloed van Breitner: zijn werk wordt iets abstracter, de opbouw vlakmatiger en zijn kleurgebruik veranderd. De Amersfoortse werken kunnen gezien worden als exemplarisch voor de stilistische ontwikkeling in het werk van Mackenzie.
Succesvol
De tentoonstelling is wegens succes verlengd t/m 4 oktober. In totaal brachten 23.000 mensen een bezoek aan de tentoonstelling. Middels rondleidingen kregen groepen mensen extra uitleg over de tentoonstelling. De reacties van het publiek op het werk van Mackenzie waren positief. Men was verrast, vond het leuk om bekende plekken in Amersfoort en Amsterdam te herkennen en vond het interessant het werk van Mackenzie met dat van Breitner te vergelijken.